Marathon van Gent – Me vs. me.

Sinds een jaar of 3 loop ik. Hardlopen that is. Het achter de konten van mijn huisgenoten, aka Husband en de drie koters, lopen even niet meegerekend.
En nog maar sinds afgelopen lente dat ik begon te dromen van een marathon. Voordien vond ik dat dat alleen was weggelegd voor de echte gekken. Dedeze hier was nog niet zot genoeg.
Maar de maanden verstreken. Mijn benen droegen me verder en verder en ik werd zotter en zotter. Ik voelde die marathon dichter en dichter komen. En ook voor mij begon uiteindelijk het dromen van een marathon.

Het lot besloot dat ik op een goede dag op de blog van Lien las dat er in oktober een marathon in Gent ging zijn.
Nu, ik heb een speciale band met Gent. Mijn Gent.
Niet alleen heb ik er jarenlang met plezier gewerkt, heb ik er mijn hele uitgaansleven beleefd (de Gentenaars zijn er waarschijnlijk nog nie goe van), maar ook Zoonlief is er geboren en ik heb er Husband leren kennen.
Wat zou er nu schoner zijn dan dat ik mijn eerste marathon zou kunnen lopen in dat Gent dus?
Niks. Inderdaad.

Het initiële plan om de marathon in Spijkenisse te lopen werd bijgesteld naar de marathon in Gent lopen.
In alle stilte, want dit bijgelovig wicht wou het lot niet tarten. Neen, ik was ervan overtuigd dat van het moment ik het aan de grote klok ging hangen er van alles fout ging lopen.
En eerlijk? Veel meer fout kon er niet meer lopen.
De voorbije maanden duwde ik het trainingsschema ergens onderaan een stapel boeken in de kast, want vier trainingen per week kon mijn lijf blijkbaar niet aan. Ik viel terug op twee trainingen per week.
Daar had mijn scheenbeenvliesontsteking duidelijk iets mee te maken. En die pijnlijke enkel die er sinds enkele weken ook nog eens bij kwam. Dat heb je dan als je op een week tijd twee keer je enkel verzwikt. Lomper dan mij kan je ze niet vinden.
Dat het niet bijster slim is om te denken aan een marathon terwijl je een scheenbeenvliesontsteking hebt is iets dat iedereen weet, maar we weten ook allemaal dat ik niet zo heel slim ben.
Dus deed ik gewoon lekker door…

Twee keer in de week gaf ik alles van mezelf en rende mijn lijf vooruit. Kilometers vreten is nooit een probleem geweest voor mij.
Maar die scheen en die enkel moesten het natuurlijk zien vol te houden.

Weken gevuld met af en toe slapeloze nachten volgden. Die marathon liet me geen seconde meer met rust.

Het loopje van 35 km diende zich aan en liep ik uit zonder enig probleem. De enkel liet zich af en toe voelen, maar niks dat ik niet kon verbijten. Het gaf me moed en hoop.
Misschien zou het mij toch lukken?

En dan was het zover… zaterdag 28 oktober zal voor de rest van mijn leven als één van de grootste persoonlijke overwinningen in mijn geheugen gegrift staan: ik stond aan de start van die marathon in Gent.

Ik had er een slechte nacht opzitten en de stress liet zich duidelijk voelen.
Ik duwde nog een Imodium door mijn strot, deed mijn camel bak op mijn rug, stak mijn muziek in mijn oren, duwde de rest van mijn mikmak in Husband’s, aka persoonlijke leurder, handen en deed een schietgebedje.

En daar ging ik… het startschot werd gegeven en samen met nog 1499 andere hardlopers gaf ik het beste van mezelf.
Volledig pijnloos.

Dacht ik dat het vreselijk moeilijk ging zijn me te concentreren op mijn eigen tempo, ging het verbazingwekkend goed. Ik blijf namelijk een loper die het beste loopt als ze helemaal alleen loopt.
Ik sloot me compleet af van de rest van de wereld. Het enige dat nog telde was die muziek in mijn oren, mijn ademhaling, de natuur rond mij en het geluid van mijn voeten die de grond raakten.

We liepen weg van de stad.
Goed, zo.
En richting de groene rand van Gent. Mariakerke, Evergem, Belzele, Drongen, …. we passeerden het allemaal.
Van rustige woonwijken, langs toch een paar drukke wegen, naar groene stukken, door stukken bos, langs de Leie, … we zagen het allemaal.
Het parcours was afwisselend, mooi en overwegend rustig.
Ja, dit is wat ik zoek als ik ga lopen. Zen. Geef mij maar zo een marathon. Die echte stadsmarathons hoeven niet zo per se voor mij. Dit natuurmensje was happy.

Om de ongeveer 5 km was er een bevoorradingsstation opgesteld dat enkele honderden meters op voorhand duidelijk was aangegeven. We kregen er water, energy drinks, bananen en energy bars aangereikt. Oh, en er waren iedere keer toiletten voorzien. Hoef ik niet weeral met mijn witte kont voor half Vlaanderen bloot te gaan zitten in de bosjes.
Van wat me werd aangereikt, ging er buiten wat water niks anders in bij dedeze. Ik heb nogal een dingetje met mijn darmen. Als ik ook maar een fractie van iets anders dan gewoonlijk drink of eet als ik ga lopen of aan het lopen ben, kak ik nog net mijn broek niet onder. No shit.
Of net wel.
Lopers gaan mij begrijpen. En dan mag ik nog 20 Imodiums slikken, het helpt voor geen meter.

Maar weet je wat mijn grootste angst was? Ge gaat het nooit geloven… Verloren lopen. Gene zever.
De avond voor de marathon, toen ik mijn borstnummer ging afhalen, werd mij verzekerd dat dat echt niet ging gebeuren. Maar toch… ik ben daar een held in. Ik ben nog steeds getraumatiseerd door mijn loopje in het bos van enkele maanden geleden.
Nu, zelfs ik kon onmogelijk verloren lopen tijdens deze marathon. Ieder hoekje, straatje, bochtje werd duidelijk aangeduid door pijltjes en/of een persoon van de organisatie die duidelijk liet zien welke richting je uit moest. Wilde ik al verloren lopen, ik moest die kerels pardoes omver lopen.
Bovendien werd iedere kilometer netjes aangeduid met een big ass bord en een motiverende quote (denk: sweat is fat crying because you just punched it in the face).
Die je bij momenten dan ook nodig hebt.

De quotes nam ik goed in mij op. De omgeving ook. Alsook het gevoel.
Als er één iets is dat ik wel heb geleerd de voorbije jaren is het wel dat je op zulke momenten je geest echt moet wakker maken en hem moet verplichten het allemaal in je op te nemen. Want zo’n ervaringen maak je maar één keer in je leven mee.
Er zullen nog marathons komen (toch wel 😉 ), maar die eerste marathon is toch net dat ietsje specialer.

Net als tijdens trainingsloopjes, propte ik om de 10 km een energy bar door mijn keel.
Echt, mensen, na energy bar 3 heb je het wel gehad. De gezichten die ik trok bij nummer 4 brachten mijn toeschouwers waarschijnlijk veel plezier.
Binnenduwen vat het nog niet samen dan.
Maar je doet wat moet, want je lijf heeft alles wat je het kan geven nodig.

Mijn tempo lag net dat ietsje lager dan tijdens mijn loopjes ‘thuis’. Niks erg. Tijd maakt me niet zoveel uit. Het ding uitlopen des te meer.
En levend en wel aan die finish komen liefst.
Ik doe niet zot en spaar liever wat reserves voor die laatste kilometers.
En hell no dat ik ging wandelen tussendoor omdat ik teveel van mezelf had gevraagd tijdens de eerste 20 km.
Ik blijf erbij: in the first half of your race, don’t be an idiot. In the second half, don’t be a wimp.

En dan was daar kilometer 20. Er waren er al die aan het wandelen gingen.
Sinds enkele kilometers werd ik van dichtbij vergezeld door een loper die zijn fluffy vriend, de Pyrenese berghond, bij zich had. Voor de één of andere reden bracht dat beest de grootste glimlach ooit op mijn gezicht.
Als da beest da kan, ik ook!
Ik zat al zo goed als op de helft. Vanaf nu ging het alleen maar meer snel gaan.

Ergens tussen kilometer 25 en 28 begon die enkel weer te zeuren.
De schrik sloeg me even om het hart.
Een paar keer diep in- en uitademen en mezelf tot rede brengen later, paste ik mijn tempo wat aan en ging de pijn vanzelf over.
En bleef over.
Dank u, lijf van mij.

Het was ook rond die tijd dat het me opviel hoe hard iedere vorm van eigenwaarde een beetje de deur uitvliegt.
Het maakt je geen hol meer uit hoe je eruit ziet. Ik zag er waarschijnlijk half dood uit, met een platgemepte dots op mijn kop door de wind.
Of hoe je ruikt. Serieus, het was vreselijk.
En of je nu op een Dixie gaat waar degene voor jou net 3 dagen aan eten in uitgekakt heeft.
You really don’t care anymore.
Het enige dat je interesseert is die finish halen.

Kilometer 30, inclusief resting bitch face en eten in mijn hand. Precies zoals ik ben dus.

Aan kilometer 38 begon het mentaal door te wegen. Van de ‘klop’ waar sommigen het over hebben was niet echt sprake. Mijn lijf bleef doen wat het moest doen. Maar de tranen stonden me toch dichter dan het lachen.
Want wat wou ik graag dat die koters erbij waren geweest. Wat wou ik hen zo graag binnen enkele kilometers rond de nek vliegen en kapot knuffelen.
En wat wou ik graag dat er stilletjes aan een einde aan begon te komen. De laatste 4 kilometers waren mentale brekers.
Mijn geest werd moe en de eeuwige optimist in mij kreeg het moeilijk zichzelf te motiveren.
De emo-kip in mij stak haar kop op en liet zichzelf, al kakelend, volledig gaan.

Maar ik duwde verder. Ik wist waarvoor ik het deed. Mezelf.
Ik had mezelf beloofd dat ik dit ging doen. Ik wilde mezelf bewijzen dat ik het kon.

En dan kwam het, de eindmeet was in zicht. Nog een brug over, met bijhorende helling (fucker) en tijdens de laatste kilometer zag ik Husband staan.
Begrijp me niet verkeerd, ik ben altijd blij die vent te zien, maar deze keer nóg meer.
Hij rende nog enkele honderden meters met me mee tot juist voor ik de sporthal binnenliep en nog een half rondje over de atletiekpiste mocht.
Ik trok mijn oortjes uit mijn oren en hoorde het publiek in de tribunes brullen.
Van een finish gesproken, zeg.

Na 4 uur 14 minuten en 42 seconden (just is just, hè) liep ik de rode lijn over en stond oog in oog met een dame die me meelevend aanstaarde, waarschijnlijk de tranen in mijn ogen zag, me feliciteerde en mijn medaille rond mijn nek deed.
Al hobbelend als een dronken gepensioneerde eend ging ik op zoek naar Husband en viel hem jankend als een klein kind in zijn armen.
Lang geleden dat ik nog zo gehuild heb.
Want echt, mensen, als je zo lang naar iets hebt uitgekeken, zoveel twijfel hebt gehad of je half geblesseerd lijf het al dan niet gaat kunnen, dan is die emotionele ontlading onnoemelijk groot.

Het waren tranen van vermoeidheid, ook wel een beetje verdriet omdat ik zo hard wilde dat de koters erbij waren geweest, maar bovenal van blijdschap en trots.
En it hit me, I fucking did it. I ran my first marathon. Ik liep 42,2 km in enen keer. Hoe zot kunt ge zijn.
Hoe onvoorstelbaar schoon en sterk kan een lijf zijn en hoeveel kracht kan een mens uit zichzelf putten?
Onnoemelijk veel.

12 Reacties

  1. november 1, 2017 / 9:29 am

    Ooh, het pikt me nu wel een beetje dat het mij voorlopig nog niet gelukt is. Maar wat goed geschreven. Top van je en nog zo een mooie tijd. Hopelijk geen last meer van je enkel en scheenbeen?

    • november 1, 2017 / 7:47 pm

      Begrijp ik helemaal, Linda. Echt. Heb zelfs aan je gedacht tijdens de marathon. Het is pas dan, als je zo’n ding aan het lopen bent, dat je beseft hoe moeilijk het wel niet moet geweest zijn voor jou.
      Maar laat het dit een stukje motivatie zijn misschien? Want zelfs ik, met een zo goed als half geblesseerd lijf liep het ding uit.
      Your time will come. Zeker weten. En dan zorg je voor een comeback als geen ander 😉
      En ik zal bij de eerste zijn om je te feliciteren, want je zal het meer dan wie ook verdient hebben :*

      Mijn scheenbeen doet wonder boven wonder geen pijn meer (klopt af) en mijn enkel valt eigenlijk ook reuze mee. Vandaag een wandeling van 5 km gedaan en alles voelde heel goed aan 🙂 Thanks :*

      • november 2, 2017 / 6:31 am

        ooh hoe lief. Ik zie dit zeker als motivatie.
        Oef dat valt dan mee, als 5 km wandelen al lukt he. Maar jij doet ook yoga zeker he? Dat zal ook wel helpen.
        Ben je nog van plan om iets te gaan lopen dit jaar? Of nog een marathon?
        Linda onlangs geplaatst…Hardlopen op school, een persoonlijke overdenkingMy Profile

        • november 5, 2017 / 8:27 pm

          Valt inderdaad allemaal best wel mee 🙂 Ik verschiet er zelf eigenlijk van 😀
          Elke dag lig ik op mijn mat 😀 Als ik al eens een paar dagen zou overslaan voor gelijk welke reden, voel ik het meteen. Die goede, diepe stretchen heb ik echt wel nodig. Stijf plankje hier 😀
          Op dit moment nog niet echt specifieke plannen… Maar wel al serieus op zoek naar een nieuwe marathon 😉 Tips zijn altijd welkom! 😉

    • november 1, 2017 / 7:57 pm

      Linda, met jouw vastberandheid gaat het er sowieso ook wel eens van komen 😀

  2. november 1, 2017 / 3:51 pm

    Je hebt mij zelfs in tranen gekregen (no shit!),wat onwijs gaaf en wat neem je ons lezers geweldig mee in je prestatie!
    Je bent een powervrouw, ik zeg het elke keer en het is ook echt zo!
    Ik maak een diepe buiging 😘😘

    • november 1, 2017 / 7:48 pm

      Thanks, you kick ass-woman! :* Als dat geen complimenten zijn, weet ik het ook niet meer 🙂
      Wie weet krijg ik je ook ooit nog zo gek om zo ver te lopen en lopen we nog eens samen een marathon! 😀 😉

  3. november 2, 2017 / 11:31 am

    42 kilometer rennen ?? Jemig.. ik ben bang dat mij dat nooit gaat lukken, maar het begin is gemaakt 🙂
    xxx

  4. november 2, 2017 / 12:27 pm

    Ik kan mij he-le-maal voorstellen hoe je je voelt. Proficiaat met deze mijlpaal!!
    Ik loop vanaf mijn 30e maar nog nooit een marathon gelopen, ook niet geambieerd. Als ik dat zou lopen, doe ik er vijf uur over met mijn tempo. Ik loop nu al vijf maanden niet vanwege een blessure maar ik denk er wel aan het voorzichtig weer op te gaan pakken.
    En van die zenuwen: hou op schei uit. Daarom doe ik zelden mee aan wedstrijden. Want mijn darmen gaan echt op hol dan. En met een pamper om lopen lijkt mij ook niet alles.
    Conny onlangs geplaatst…Zo zoetjes aanMy Profile

    • november 6, 2017 / 2:32 pm

      Thanks! :*
      Met jouw 5 uur zou je ook nog netjes op tijd binnen zijn, hoor 😉
      Enneuh… tempo maakt eigenlijk geen hol uit, vind ik dan persoonlijk. Zolang je het ding maar uitloopt. Als je dat al zou willen natuurlijk 😉
      Auwch! Ik hoop dat je snel terug beter bent en terug mag lopen! Niks zo vreselijk als een blessure! 🙁
      En ivm die pampers… ik heb het overwogen 😀 Hahaha!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge
%d bloggers liken dit: