Hoofdzonde 1: hoogmoed komt voor de val – #Ouderzonden

Toen ik een tijdje geleden op de blog van Romina, Big City Life, een oproepje tegenkwam voor een uitdaging om 7 weken lang over de 7 hoofdzonden (in de vorm van het ouderschap te schrijven), dacht ik ‘Awel ja, waarom niet. Niemand is perfect en laat ons dat maar ne keer tonen ook. Ne keer diene roze IG-bubbel doorprikken af en toe kan genen kwaad.’ 😉
En laat ik nu net iemand zijn die verre van perfect is.

Hoofdzonde numéro uno: Superbia (hoogmoed – hovaardigheid – ijdelheid) – Waarom ben ik een goede moeder? In wat blink ik uit?

Een goede vraag… In wat blink ik uit?
Ik zit nu al vast.
Husband zou zeggen: uw engelengeduld.
En da’s waar, ik heb engelengeduld.
Je kan ook niet anders met een Zoonlief die alles tot in het tienvoud rekken tot een Olympische sport heeft verheven en er ‘s ochtends gemiddeld zo’n 25 minuten over doet om alleen maar zijn schoenen en jas aan te doen.
Om dan amper 5 minuten later alweer aan de deur te staan omdat hij zijn sjaal en boekentas vergeten is.

Ik heb inderdaad engelengeduld.
Maar even vaak als dat ik tot 10 moet tellen om die koters hier vooruit te krijgen, verlies ik het ook even vaak. Er zijn grenzen aan mijn goedheid. Shocking.
En het aantal keren per week dat ik ‘Doe VOOOOOOOORTTTTTT!!!!!!!’ sta te brullen kan ik waarschijnlijk niet meer op één hand tellen.

Blink ik dan misschien uit in het voederen van die koters?
Mmmm… Bio-toestanden vind je hier alleen maar als ik dat per toeval heb gekocht. Ik koop dat dus niet bewust.
En ik sta ‘s ochtends geen uur vroeger op om Bento-boxes (of hoe heet die crap ook alweer?) te staan prepareren. Mijn hoop op een dag zonder #wallentotaanmijnballen is sterker dan de drang om die koters een perfect geprepareerd brooddozeke mee te geven.
En ik sta na school niet  klaar aan de deur met een plateau’ke verse boterhammekes met choco.

Ik probeer ze wel zo gezond mogelijke fret binnen te duwen.
Iedere. focking. dag. opnieuw.
Die brooddoos wordt gevuld met twee boterhammekes (altijd donker brood btw) met charcuterie of kaas en eentje met iets zoet. Nooit choco.
En die brooddoos maken ze zelf klaar overigens.
Er wordt minstens één stuk fruit in hun handen geduwd. En ze gaan niet van tafel vooraleer al die groenten opgegeten zijn.
Frisdrank moet je in dit huis gaan zoeken.
Vlees wordt tot het minimum beperkt hier.
En het ontbijt bestaat steevast uit een boterham, een grote beker melk en afwisselend een kom muesli, cornflakes of havermout.
Slecht doen we het dus niet.

Maar snoepen ze nooit? Bwahahahahaha! Good luck with that.
Ze eten sowieso één koek per dag. En zo kregen ze bijvoorbeeld woensdagmiddag tijdens het gezelschapsspelletjes spelen ne big ass kom popcorn onder ulderen neus geduwd.
Op zondagochtend gaan we volledig loss tijdens de brunch.
En ik sta regelmatig cakes of gelijk welk dessert te maken.
Zo kregen ze gisteren pannenkoeken.
Na de vegetarische lasagne. Dat moet dan weer wel.

De ene dag eten we als een herkauwende koe die voor de zoveelste keer haar vegetarisch groen gras verteert, de andere dag vreten we als we een kleuter die is losgelaten in ne spekkewinkel.
It’s called balance.

Misschien geef ik ze wel een groot verantwoordelijkheidsgevoel mee?
Now we’re getting somewhere.
Ook al ben ik dan een stay-at-home-mom, het wordt hen niet zomaar allemaal in de schoot geworpen. Ook al gedragen ze zich soms al eens als verwende etters, ze worden het nochtans niet.
Zoals ik al zei: die brooddozen maken ze gewoon zelf. 14, 11 en 10 jaar oud. Serieus. Dan kunt ge da.
Voor ze naar school vertrekken hebben ze elk een taakje.
Na school ook. Dan zelfs twee. *insert heksenlachje*
En op echt drukke dagen worden ze soms voor nog iets extra ingezet. ‘Ga eens de patatten halen in de garage, alstenblieft?’ of ‘Wilt er iemand een brood halen bij den bakker?’. Ik zeg maar iets.

Nu, voor ik word beticht van kinderarbeid, ‘t zijn kleine dingskes. Tafel dekken en afruimen. Die halve dierentuin hier mee in leven helpen houden, afval buiten zetten en hun eigen stinkende onderbroeken naar de wasruimte brengen. In plaats van ze een week op de vloer van hun slaapkamer te laten stinken. *eyeroll*

En toch heb ik van die momenten dat ik het allemaal overneem. Want ‘ocharme, die schapen… ze hebben al zo ne zware dag gehad op school en ze zijn zo moe en nog zo klein eigenlijk en blablabla…’
Ben ik de kampioen in met mijn ogen draaien, op zo’n momenten is het dan weer Husband die met die titel wegloopt.

En ik ben al helemaal niet die moeder die braafjes ‘sapperloot’ brult als ze haar teen ergens aan stoot.
Nope, een dikke vette ‘GODVERDOMMEUHHHH!’ vliegt er dan uit.
Die gasten leren toch ooit ergens vloeken. Beter dat ze het dan leren van The Master.

Ons huis ligt er altijd netjes bij. Maar groeien onze kinderen op in een spiegelpaleis?
Er loopt hier een harig beest (Chanel, de huishond) rond en er vliegt elke dag een valkparkiet vrij.
Ah ja, en er leven hier 3 kinderen.
Enough said.

Stoor ik mij aan al die imperfecties aan mezelf? Vind ik dat ik het daarom minder goed doe dan een ander? Of dat ik nergens in uitblink?

Nope, not at all.
Niemand is perfect. En ik ben het verre van.
Die koters hier zijn ook niet perfect. Ook al vind ik dat 99,9% van de tijd dan weer wel.

Op sommige dagen vind ik het al een hele prestatie van mezelf dat ik ‘s avonds bij het koppen-tellen er nog steeds drie tel en dus iedereen in leven heb kunnen houden.

Ik ben geen perfecte moeder en zal dat ook nooit zijn. Ik ambieer dat ook niet. Want het is een waanbeeld.
Een mythisch wezen.
En al denken we soms dat ze wel bestaan als we zo’n exemplaar tegenkomen die rustig blijft bij tantrum nummer 10 van haar koter, we mogen onszelf tot de orde roepen. ‘Cause she’s also gonna lose her sh*t van ‘t moment dat ze de hoek omgaat.

Maar weet je waar ik wel keihard in uitblink?
Mijn verdomde best doen. Dag in, dag uit. Om mijn geduld niet te verliezen en volgens Husband’s woorden mijn aureooltje te behouden.
Om hen elke dag zo gezond mogelijk door het leven te laten wandelen door hen stuk fruit nummer 5 door hun strot te duwen. Genoeg om er net geen diarree aan over te houden.
En met een gezonde dosis verantwoordelijkheidszin op te laten groeien tot respectabele volwassenen.
In een proper huis.
Waar ook een moeder woont die in plaats van keihard ‘F*ck’ te zeggen, het deze keer onverstaanbaar mompelt.

En ik ben geweldig goed in de boel relativeren. Ook mezelf.
En zelfspot.
Want dat heb je als moeder keihard nodig.
Misschien is het dat wel waar ik in uitblink?

En ik doe mijn keiharde best een zo’n goed mogelijke moeder te zijn voor die drie. Om ze gelukkig en zo onbezorgd als mogelijk door het leven te laten huppelen.
Want soms is goed genoeg ook al goed.

En misschien ben ik wel een goede moeder omdat ik, volgens Zoonlief, ‘de enige en beste mama ben die hij zou willen’ en volgens de stiefkoters ‘de beste stiefmoeder ben die ze kunnen hebben’ (pannenkoeken en popcorn, mensen. Pannenkoeken en popcorn…)
Maar misschien ben ik het vooral omdat zij mijn alles zijn en ik hen on-voor-waar-de-lijk graag zie.
Toen, nu en voor altijd ♥

Welke bloggers er nog meedoen èn wat zij schrijven, vind je via deze link 😉

4 Reacties

  1. februari 2, 2018 / 12:10 pm

    Goed genoeg is inderdaad ook goed. En ik vind dat jouw liefde voor de koters er van af straalt. ❤
    Joni onlangs geplaatst…#ouderzonden: superbia.My Profile

  2. februari 4, 2018 / 9:24 pm

    Zelfspot is een belangrijke! Leuk om te lezen en jouw liefde voor la husband en alle koters is voelbaar hier.
    Nesrin onlangs geplaatst…Fouten maken op werkMy Profile

    • februari 5, 2018 / 7:37 pm

      Het is dan ook helemaal niet moeilijk om met mezelf te kunnen spotten *lomper dan lomp-gevalletje hier* 😀
      Thanks, Nesrin! :*

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

CommentLuv badge